Bij gebruik van de Tab-toets U kunt voor de Tab-toets een van de volgende twee functies instellen: Het momenteel geselecteerde onderdeel laten inspringen in de opbouw, waardoor het een subonderdeel wordt van het onderdeel erboven; als u op Shift-Tab drukt, laat u het geselecteerde onderdeel 'uitspringen'.
Naar de volgende cel in de opbouw gaan; als u op Shift-Tab drukt, gaat u naar de vorige cel.
Onafhankelijk van deze instelling werken de commando's Inspringing en Uitspringing in het menu Structuur (en hun sneltoetsen, standaard Command-[ of Command-]) altijd.
U kunt altijd op Option-Tab drukken om een tab-teken te typen op het invoegpunt.
Een nieuwe rij maken wanneer u in een cel op Return drukt Wanneer u klaar bent met de wijziging van de inhoud van een cel in de opbouw, kunt u op Return drukken om het wijzigen af te sluiten. Als deze voorkeursinstelling is ingeschakeld, wordt vervolgens een nieuw onderdeel gemaakt. AIs dat niet het geval, wordt het wijzigen afgesloten en wordt het huidige onderdeel geselecteerd.
Onafhankelijk van deze instelling wordt er altijd een nieuw onderdeel gemaakt als u op Return drukt terwijl u geen cel wijzigt.
U kunt Command ingedrukt houden en op Return drukken om de instelling tijdelijk te wijzigen; u kunt bijvoorbeeld op Command-Return drukken om het wijzigen af te sluiten en een nieuw onderdeel te maken, ook al was die instelling uitgeschakeld.